Bijscholingstraject incident bestrijding tunnel A2 Leidsche Rijn

Tunnelveiligheid
Tunnelveiligheid wordt ook voor de VRU een actueel thema. Waarschijnlijk wordt medio 2012 de tunnel A2 Leidsche Rijn in gebruik genomen. Voor meer informatie klik hier. Dat betekent dat functionarissen in de gemeentelijke crisisbeheersing en een groot aantal hulpverleners van de VRU, Politie Utrecht en het KLPD moet worden bijgeschoold. Doel van de bijscholing is om, vóórdat de eerste auto door de nieuwe tunnel rijdt, grondig voorbereid te zijn op de incidentbestrijding en crisisbeheersing bij tunnelincidenten. Dit bijscholingstraject gaat in maart 2011 van start.

TunnelveiligheidRisico’s en speciale procedures
Hoewel uit onderzoek blijkt dat een wegtunnel niet veiliger of onveiliger is dan een open weggedeelte, zijn de gevolgen van een tunnelincident vaak ernstiger. Daarnaast zorgen de eigenschappen van een wegtunnel voor bijzondere risico’s en speciale aandachtspunten bij de incidentbestrijding. Dit alles heeft tot gevolg dat de werkwijze van hulpverleners bij tunnelincidenten op bepaalde punten afwijkt van de normale procedures. Hulpverleners en functionarissen in de crisisbeheersing moeten dus goed voorbereid zijn, zodat er veilig en doeltreffend kan worden opgetreden. Je goed voorbereiden is overigens niet alleen een kwestie van gezond verstand, maar ook iets dat door de Nederlandse tunnelwetgeving (de Warvw, is hier te vinden) is voorgeschreven.


Deelnemers bijscholing
De bijscholing is bedoeld voor alle eenheden en functionarissen die bij een incident in de tunnel Leidsche Rijn mogelijk als eerste(n) worden gealarmeerd of ter plaatse zullen zijn. Dat betekent dat een deel van alle VRU-medewerkers, de RAVU, de regiopolitie Utrecht en het KLPD aan het traject zal deelnemen. In totaal gaat het daarbij om bijna 3000 hulpverleners en gemeentefunctionarissen. De deelnemende eenheden en functionarissen zullen de komende tijd over de details worden geïnformeerd.

Activiteiten bijscholing
Het bijscholingstraject (ook wel OTO-traject genoemd) loopt van maart tot en met oktober 2011 en wordt afgesloten met een grote, multidisciplinaire eindoefening. Het traject bestaat uit de volgende activiteiten:

  • e-learning
  • bezoeken aan de tunnel
  • inzetoefeningen
  • virtual reality training
  • eindoefening

Aan welke activiteiten je deelneemt hangt af van je taak en functie bij de incidentbestrijding.

e-Learning
Voordat er kan worden geoefend en getraind, moet eerst de benodigde kennis over tunnels, tunnelincidenten en de bestrijding daarvan aanwezig zijn. Binnen het bijscholingstraject wordt deze kennis overgedragen door middel van e-learning, ofwel: leren via het internet, via een daarvoor ingerichte website, de e-Campus Tunnelveiligheid. Deze vorm van leren is al bij veel grote bedrijven in gebruik, met name bij organisaties met verspreid liggende vestigingen en medewerkers die op verschillende tijden werken.

Door de leerstof via e-learning aan te bieden, kan elke hulpverlener leren op een zelfgekozen tijdstip en via elke computer met een internetaansluiting. E-learning geeft bovendien de mogelijkheid om meer gebruik te maken van filmpjes, foto’s en interactieve pagina’s. Ook kan de inhoud van de leerstof veel sneller worden aangepast aan nieuwe ontwikkelingen en inzichten. Alle deelnemers aan het bijscholingstraject volgen een of meerdere e-learningmodules.

Om de e-Campus Tunnelveiligheid te kunnen bezoeken zijn persoonsgebonden inloggegevens nodig, die aan alle deelnemers worden verstrekt. Via deze link ga je naar het inlogscherm van de e-Campus. Let op: de e-Campus Tunnelveiligheid werkt op dit moment alleen wanneer je gebruikmaakt van Microsoft Internet Explorer versie 7, 8 of 9. Andere browsers worden (nog) niet ondersteund.

Icoon_e-Campus_tunnelveiligheidEen handleiding e-learning op de e-Campus Tunnelveiligheid is hieronder te vinden (PDF). 

 

De PDF’en bevatten de teksten, foto’s en illustraties van de gelijknamige modules op de e-Campus Tunnelveiligheid en zijn bedoeld om de leerstof van deze modules offline en voor eigen gebruik te kunnen raadplegen.