maandag, 13 februari 2012 00:00
Op 1 november bestond de nieuwe VRU precies één jaar. Hoe kijkt Aleid Wolfsen, voorzitter van de Veiligheidsregio Utrecht, terug op een jaar van opbouwen en harmoniseren? Is hij tevreden, hebben we bereikt wat we wilden en wat staat ons nog te wachten? Het woord is aan de voorzitter.
Aleid Wolfsen staat met meer dan één been in de wereld van de fysieke veiligheid. Naast burgemeester van Utrecht en voorzitter van de VRU is hij sinds kort voorzitter van het Veiligheidsberaad, het overleg van de voorzitters van alle Nederlandse veiligheidsregio’s.
Hij weet dus wat er gaande is binnen hulpverleningsland als het gaat om fusies en de ambitie om organisaties efficiënter en slagvaardiger te maken. Nu we één jaar VRU nieuwe stijl hebben meegemaakt, met een nieuwe centrale organisatie en een geregionaliseerde brandweer, ligt een terugblik voor de hand.
Winstpunten
Wat zijn volgens Wolfsen de belangrijkste winstpunten die we met de reorganisatie hebben behaald? Wolfsen aarzelt geen moment: “Die winst tekent zich zonder twijfel af, vooral als je naar het grotere plaatje kijkt. Er worden steeds hogere eisen gesteld aan veiligheid. Niet alleen de burgers rekenen er meer en meer op dat de overheid die veiligheid voor hen waarborgt, ook wettelijk gezien worden de eisen op dat gebied steeds zwaarder. Als Utrechtse gemeenten moeten we daar een antwoord op geven, samen moeten we die veiligheid op orde krijgen. Niet dat we het met z’n allen zo slecht deden, maar het moet en kan beter. Als gemeenten die verbeterslag ieder voor zich hadden moeten doen, was dat onbetaalbaar geweest. Dit gold ook voor de brandweerkorpsen binnen de gemeenten. Ook aan de brandweer worden hogere eisen gesteld, waar je alleen gezamenlijk een goed en betaalbaar antwoord op kunt geven. ‘Samen nog sterker, efficiënter en effectiever’, daar gaat het bij de nieuwe organisatie om. Een ander belangrijk winstpunt is dat we de aanwezige kennis beter met elkaar kunnen delen. We kunnen van elkaars ervaringen leren, het is bijvoorbeeld niet meer zo dat iedere gemeente en brandweerpost z’n eigen oefeningen hoeft te bedenken, maar ook kan putten uit veel waardevolle informatie die anderen hebben meegebracht.”
Werk aan de winkel?
Heeft de reorganisatie gebracht wat we ervan hadden gehoopt? Zijn er dingen waar we nog aan moeten werken? Wolfsen: “Het is eigenlijk nog te vroeg om daar een goed oordeel over te kunnen geven. Vergeet niet dat we met z’n allen nog steeds druk bezig zijn met de opbouw van de nieuwe organisatie. Maar in zijn algemeenheid gaat het de kant op die we voor ogen hadden. Waar nog werk te doen is, is het wekken van de juiste verwachtingen, vooral bij de gemeenten. Die blijven verantwoordelijk, een veiligheidsregio is en blijft van hen. Maar in de manier waarop veiligheidsregio’s in Nederland zijn vormgegeven zit een spanningsveld tussen lokaal en regionaal. Gemeenten investeren in de regio en verwachten terecht die investeringen terug te zien. Maar voor een organisatie die nog in de dynamiek van de verandering zit is het buitengewoon lastig om een één-op-één beeld te geven van hoe de gedane investeringen zich aan de gemeenten terugbetalen. Bovendien maken we een slag van inputgericht (wat hebben we in de organisatie gestopt) naar outputgericht (welke dienstverlening verwacht ik van de organisatie). Tussen investering en resultaat zit altijd een periode waarin geduld en vertrouwen goede raadgevers zijn. Dat hier nog werk te doen is, is niet zo vreemd. Iedereen moet wennen aan de nieuwe situatie, de voordelen ervan hebben nu eenmaal tijd nodig om zichtbaar te worden. Ik heb op dat punt alle vertrouwen in de toekomst en in het begrip van alle betrokken partijen.”
Verwachte ontwikkelingen
Zijn we er nu? Wat staat er nog te gebeuren, gezien de huidige ontwikkelingen op het gebied van de organisatie van de hulpdiensten? Wolfsen neemt een moment om na te denken. “Het hele proces van de vorming van een nationale politie is van invloed op de toekomst van de veiligheidsregio’s. De gedachte achter de veiligheidsregio is om bestuurlijk en operationeel beter samen te werken op het vlak van crisisbeheersing, rampen- en incidentbestrijding. Nu we op het punt staan om de politie nationaal te organiseren, verdeeld in tien politiegebieden, moet je op operationeel niveau wel zorgen dat de aansluiting met de veiligheidsregio’s gegarandeerd blijft. Ook de wetgever heeft dat voor ogen. Het zou in die gedachtegang betekenen dat we op termijn naar tien veiligheidsregio’s gaan, en dat terwijl je – zoals de VRU – net gereorganiseerd bent. Ik ben daarom erg blij met de uitspraak van de minister dat de veiligheidsregio’s deze kabinetsperiode ongemoeid blijven en de ruimte krijgen om hun nieuw gevormde organisaties tot volwassenheid te brengen. Tegelijkertijd vormt een toekomstige gelijkvormigheid tussen politiegebieden en veiligheidsregio’s een kans, omdat de veiligheid van de burger in algemene zin veel meer een gezamenlijke verantwoordelijkheid wordt, zonder de huidige strakke scheiding tussen sociale en fysieke veiligheid. Verder hebben we de ambitie om de samenwerking met andere regio’s door te ontwikkelen en ook de daarin liggende kansen, mogelijkheden en voordelen te benutten.”
Al met al
Wat is, al met al, het overheersende gevoel bij het terugkijken op één jaar VRU nieuwe stijl? Er verschijnt een glimlach op het gezicht van Wolfsen. “Een positief gevoel, en ook een gevoel van trots. Als je ziet wat er voor veel mensen veranderd is en welke offers we soms van mensen hebben gevraagd, en als je dan eens kijkt naar de steun en loyaliteit die we van zo velen hebben ervaren, dan past ons alleen dankbaarheid en trots. Er is geen leegloop geweest. Integendeel zelfs. De organisatie is blijven draaien. De winkel, ik zal de metafoor nog eens noemen waarmee we het hele proces gestart zijn, is niet alleen opengebleven tijdens de verbouwing, maar heeft positieve resultaten geboekt. De branden zijn geblust, opleidingen en oefeningen zijn verzorgd en er ligt een gedegen risicoprofiel en een beleidsplan waar we de komende jaren mee verder kunnen. Al hebben we nog een deel van de weg te gaan, als voorzitter wil ik iedereen die bij dit proces betrokken is daarvoor hartelijk bedanken.


